Voorjaar in Spaarnwoude

Publicatiedatum: 6 april 2017

Voorjaar! Het is nog niet zo warm, maar de zon schijnt en het jonge blad steekt prachtig af bij de helderblauwe lucht. Overal barst de bloesem uit de knoppen. Naar buiten dus!

Naar buiten dus, fietsen door Spaarnwoude. Bezoek de lammetjes en kalfjes op Informatieboerderij Zorgvrij, als je geluk hebt kan je een geboorte bijwonen!

Je hoort de tjiftjaf en de merel, wat later deze maand komen de fitis en de nachtegaal. Hoog in de lucht klinkt gefluit: daar cirkelen buizerds, die deels terug gaan naar hun Skandinavische broedgebieden, maar waarvan ook paartjes in Spaarnwoude blijven.

Dit is de tijd om brandnetels te oogsten: de jonge toppen zijn heerlijk en schijnen ook nog eens heel gezond te zijn (ontstekingsremmend en heilzaam bij allergieën en astma!). Uiteraard heb je hiervoor handschoenen nodig, zelfs liefst werkhandschoenen, want de brandharen injecteren hun prikkende mierenzuur en histamine dwars door plastic heen. Als je van beneden naar boven langs een brandnetel strijkt voel je niets, dan volg je de vleug, de naaldjes zijn enigszins omhoog gericht. Ook dichtgevouwen blad irriteert niet, want op de onderkant zitten geen brandharen. Mocht je toch geprikt worden dan kan je met blaadjes van Grote weegbree of met zuringblad de irritatie bestrijden. Als je gekookt water over de oogst schenkt verslappen de blaadjes en steken ze niet meer. Maak ze toch voor de zekerheid klein met een schaar, zodat je ze niet direct hoeft aan te raken. Zoek een plekje waar geen honden komen (was de blaadjes in ieder geval heel goed!) en maak er een heerlijke brandnetelrisotto of -soep van.

Brandnetels groeien op stikstofrijke, humeuze grond op puin, in ruigten, bossen, bosranden, voedselrijke zomen, waterkanten langs vervuild water en bemeste bermen of bermen waar het maaisel blijft liggen (geklepeld). Geen kieskeurige plant dus, en toch smaakt hij delicaat. En al is de brandnetel niet selectief wat zijn standplaats betreft, hij is voor het ecosysteem belangrijk: vlinders, onder meer de fraaie Atalanta en de Kleine vos, zetten hun eitjes af op brandnetelbladeren en hun rupsen leven ervan. Nachtegalen nestelen altijd in de buurt van of zelfs in brandnetelvelden.

Van de vezels in de brandnetelstengels maakte men vroeger neteldoek en ook tegenwoordig is brandneteltextiel verkrijgbaar. Het wordt beschouwd als een duurzaam alternatief voor katoen.

Brandnetels zijn tweehuizig, dat wil zeggen dat er afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke planten zijn. De wind zorgt voor de bestuiving. De mannelijke bloemen kunnen plotseling openspringen, waarbij ze het stuifmeel in een wolk omhoog schieten, verrassend om te zien. En, hoewel het eten van brandnetels tegen allergie zou helpen, de pollen (stuifmeel) zijn allergeen, dus het kan hooikoorts veroorzaken.


Meer nieuws